Zoek op inhoud

Wiebe

Wiebe zit stilletjes, zijn linkerarm hangt slap naast hem. Hij heeft tranen in de ogen en op zijn wangen zitten ingedroogde waterpokblaasjes. In de afgelopen dagen kreeg hij steeds meer pijn in zijn arm. Er is gedacht dat hij iets gebroken had. De röntgenfoto’s lieten geen afwijkingen zien. Wiebe speelt zelfs niet met Lego. Dat is niets voor hem; hij speelt áltijd met Lego. Hij kijkt me angstig aan. Hij heeft koorts en op zijn armen zie ik nog meer ingedroogde blaasjes. ‘De koorts zal wel komen door de waterpokken’, zegt moeder.

Zwemmen in dilemma’s

Het is zaterdagochtend 10.30 uur, zwemjuffrouw Barbara begint met een spel: ‘Schipper, mag ik overvaren?!’ Alle kinderen zijn meteen enthousiast en gaan naar de zijkant van het zwembad. In spanning wachten ze af welke opdracht ze moeten doen om naar de overkant te mogen.

Vogeltje

Als ik de onderzoekkamer binnenloop, stel ik me voor aan het meisje en haar moeder. ‘Ik heet Sjoeke’, zegt het meisje. ‘O, wat leuk,’ zeg ik, ‘zo heet mijn moeder ook.’

‘Wat is er aan de hand?’

Wat als je kind verlegen is?

Verlegen kinderen kruipen stijf tegen moeders benen als ik ze roep om mee te komen. Geen oogcontact, duim in de mond, het hoofd gebogen. De moeders kijken vaak wat opgelaten, alsof ze willen zeggen: ik kan er ook niets aan doen dat mijn kind zo verlegen is. Sommigen pakken hun kind op de arm en dragen het mee de spreekkamer in. Anderen proberen, meestal tevergeefs, op het kind in te praten om het zo verder te krijgen. Er zijn ouders die de hand van het kind pakken en me die toesteken. Die kinderen buigen het hoofd nog meer, duwen de duim dieper in de mond en knijpen de ogen stijver dicht.

Wat is er aan de hand met de kinderen van nu?

Waarme taksys

Vlekje

Dwaan

Te veel spugen

Hielprik

1, 2, 3, broccoli!

Niet goed groeien