Van een boerderij in Eritrea naar een nieuw leven in Friesland – met onderweg een levensgevaarlijke bootreis, jarenlange scheiding van haar man, en de angst om haar kind kwijt te raken. Dit is het indrukwekkende en moedige verhaal van Fatma Abdela.
Een jeugd op de boerderij
Fatma werd geboren in Eritrea, op een boerderij met koeien, kippen, schapen – en een kat. Ze groeide op met vier broers (waarvan één is overleden) en twee zussen. Thuis spraken ze Saho, een van de negen talen die Eritrea rijk is. Met anderen communiceerden ze vaak in het Tigrinya, een van de grootste talen van het land. Arabisch kon ze lezen, maar niet spreken.
De eerste vlucht: naar Soedan
Fatma: “Vanwege de onveilige situatie in Eritrea ben ik samen met mijn man, Khalifa Ahmed, naar Soedan gevlucht. Maar ook daar was het niet veilig. We hadden geen geldige papieren, en Khalifa mocht er niet werken. Hij besloot naar Israël te gaan om werk te zoeken. Hij vond daar verschillende baantjes: in de horeca, in een fabriek, in de bouw. Dat was fijn, maar ik bleef alleen achter in Soedan – acht maanden zwanger van onze dochter Yasmin.”
Achterop een pick-up, richting Egypte
Toen het ook in Soedan te gevaarlijk werd, besloot Fatma met haar inmiddels driejarige dochter Yasmin te vluchten. Ze reisden achter op een grote pick-uptruck naar Egypte. Vanuit daar vertrokken ze met een boot richting Italië.
Ik dacht dat ze zonder mij zouden vertrekken, met mijn dochter aan boord. Ik schreeuwde en gilde. Het water stond me tot aan de kin.
De bootreis: doodsangst in het water
“Die bootreis vergeet ik nooit meer. Ik kan niet zwemmen, maar moest het water inlopen om dichter bij de boot te komen. Ik hield mijn dochter boven mijn hoofd en riep: ‘Pak mijn dochter!’ Een man tilde Yasmin de boot in – maar liet mij in het water achter. Ik dacht dat ze zonder mij zouden vertrekken, met mijn dochter aan boord. Ik schreeuwde en gilde. Het water stond me tot aan de kin. Toen stak er ineens iemand zijn hand uit en trok me aan boord. Ik ben hem voor altijd dankbaar.”
De reis duurde negen dagen. Met zo’n tachtig mensen zaten ze op elkaar gepropt – nat, koud, en met slechts koekjes, dadels en een beetje water om te overleven. Veel mensen werden ziek.
“Ik heb er vaak over gedroomd. Inmiddels kan ik erover praten zonder te huilen, maar ik ben nog steeds panisch voor water.”
Van Italië naar Friesland
In 2015 reisde Fatma met Yasmin via Italië en Frankrijk naar Nederland. Ze verbleef in verschillende asielzoekerscentra: Ter Apel, Groningen, Sint Annaparochie. In 2017 kreeg ze een huis in Winsum, een dorpje in Friesland.
“Ik moest Nederlands leren, maar hoorde vooral Fries, en daar versta ik niets van!” lacht ze.
De hereniging met Khalifa
“Het heeft me enorm veel moeite gekost om Khalifa naar Nederland te krijgen. Hij moest zelfs een vaderschapstest doen om te bewijzen dat Yasmin echt zijn dochter was. In 2018 lukte het. Toen zag hij zijn dochter voor het eerst.”
Een jaar later werd hun zoon Walid geboren. Het gezin was eindelijk samen – en compleet.
Na 13 jaar: een weerzien met haar ouders
Fatma’s ouders wonen nog steeds op de boerderij in Eritrea. Er is geen internet, en bellen is duur: tien minuten kost al snel tien euro.
In maart 2025 kwam Fatma’s moeder eindelijk voor een paar weken naar Nederland. Ze zag haar dochter terug, haar schoonzoon, en ontmoette voor het eerst haar kleinkinderen.
“Dat was ontzettend bijzonder,” zegt Fatma ontroerd. “Het is de bedoeling dat we volgend jaar naar Eritrea gaan. Dan zie ik ook mijn vader weer.”
Een leven vol moed en veerkracht
Fatma’s verhaal is er één van doorzettingsvermogen, eenzaamheid, angst én liefde. En van hoop, zelfs als alles onzeker is. In Winsum, een klein dorpje in Friesland, ver van haar geboorteland, bouwt ze stap voor stap aan een nieuw bestaan. Maar gelukkig wel samen met haar man en kinderen.
Skriuwer: Dieuwke van der Meer
Sa prate wy thús: Fatma
Talen kleuren het leven van Fatma Abdela. Ze is geboren in Eritrea op een boerderij met veel koeien, kippen en schapen én een kat. Thuis in Eritrea spraken ze Saho, één van de negen talen die Eritrea rijk is. Met anderen spraken ze vaak Tigrinya, een van de grootste talen van het land. Arabisch kon ze alleen lezen.
Sa prate wy thús: Michel en Nienke
Nienke de Boer (42) en Michel van Doorn (49) wenje mei harren dochter Kaatje (5) no al in pear jier yn Tersoal. De húshâlding ferhuze fan Gouda nei Fryslân, om yn It Hearrenfean en nei ferrin fan tiid ek yn Snits in nij filiaal te iepenjen fan harren sieradewinkel. Fan dat stuit ôf nimme se in au pair yn ‘e hûs en wurdt neist it Nederlânsk ek it Ingelsk de fiertaal thús.