Ben heeft geen zin in het lichamelijk onderzoek. Dat hoort bij jongetjes van bijna vier jaar. ‘Zullen we doktertje spelen?’, vraag ik, ‘dan ben ik dokter en jij het kind.’ Ja, spelen, dat wil hij wel.
Ben zit op schoot en moeder schuift zijn shirt omhoog. Eerst beluister ik het hart, dat klinkt normaal. Dan wil ik de longen beluisteren en daarvoor moet je diep zuchten. Dat doen kinderen van zijn leeftijd niet. ‘Blaas mijn hand maar weg’, zeg ik. Ik doe het voor. Daarna blaast Ben zo hard hij kan tegen mijn hand. Ik kan zijn longen goed beoordelen. De volgende stap is de buik voelen. Eerst druk ik op zijn neus en maak een piepgeluid. ‘Jij hebt een piepneus. Wist je dat?’ Ben moet lachen. Terwijl ik op zijn neus druk en piep, leg ik een hand op zijn buik. Ben is zo druk met de piepneus dat hij de buik ontspant. Ik kan alles goed voelen. Dan neem ik zijn hand in de mijne en stop zijn duim onder de palm. ‘Nu even tellen hoeveel vingers je hebt: een, twee, drie, vier…. Eh, eentje te weinig.’ Ben moet lachen: ‘Je hebt mijn duim verstopt!’ Intussen beoordeel ik de huid en nagels. ‘Nu ga ik in je oren kijken. Welk oor eerst?’ Ben kiest het rechteroor. ‘Prima keuze,’ zeg ik, ‘kijk jij even naar de andere kant?’ Dat doet hij. Terwijl ik kijk, vraag ik: ‘Hoor je ook een vogeltje?’ en zeg zachtjes: ‘Woefwoef.’ ‘Ik hoor een hondje’, zegt hij. ‘Nu de andere kant’, ga ik verder. Ben draait zijn hoofd. ‘Zit hier een vogeltje?’, vraag ik en intussen miauw ik. ‘Een poesje’, lacht hij. Tot slot wil ik in zijn keel kijken. Dat is altijd vervelend. Ben heeft dit vaker meegemaakt en perst de lippen stijf op elkaar. Ik vraag moeder zijn armen vast te houden en ondertussen druk ik op de neus; die piept weer. Daarover begin ik te praten. Ben kijkt me aan met een blik die zegt dat hij me toch wel een beetje raar vindt. Intussen schuif ik de spatel tussen de lippen en langs de wang naar binnen. Door een reflex gaat de mond open en ik bekijk de keel. Het ziet er ook prima uit. Ik steek mijn hand op en Ben geeft me een high five. ‘Ging goed, hè?’, vraag ik. Ben knikt: ‘Doktertje spelen is leuk!’

Tjalling de Vries (algemeen kinderarts in het MCL)
Dit wie Tjalling de Vries syn lêste kollum. Hy hat 13 jier prachtige kollums foar heit&mem skreaun.
Tjalling bedankt!
Hoefolle kin in mem drage?
“Tweintich kear deis spuie. Hast neat mear kinne. In twaling dy’t him al mei 31 wiken oankundige. In needkeizersneed. Twa popkes dy’t njoggen wiken lang yn it sikehûs fjochtsje moasten foar in begjin. En dêrnei ek noch in ferhuzing en in skieding. Hoefolle kin in mem drage foar’t se sels brekt?”
Gezinnen in alle vormen en maten
Op school leer je nog altijd het klassieke plaatje: vader, moeder en kinderen. Maar anno 2025 zien gezinnen er lang niet altijd zo uit. Bonusouders, samengestelde gezinnen en nieuwe rollen, het hoort er allemaal bij. Zelf merkte ik dat toen ik mijn partner ontmoette, die al twee kinderen had. Voor mij betekende dat een sprong in het diepe: bonusouder worden. En ik ben niet de enige die deze weg bewandelt.
Friese oranjekoek: een zoete trots uit Friesland
De Friese oranjekoek is een van de bekendste lekkernijen uit Friesland. Wie ooit een verjaardag, bruiloft of jubileum in Friesland heeft meegemaakt, kent hem waarschijnlijk: een zachte koek met een roze glazuurlaag, vaak versierd met slagroomtoefjes en stukjes gekonfijte sinaasappelschil. Ondanks de naam heeft de koek overigens niets met sinaasappel te maken. De naam verwijst naar het Huis van Oranje.
Antykonsepsje
Antykonsepsje: hoe dogge oare heiten en memmen dat? Oftst no al bern hast of noch twifelst oer útwreiding fan dyn húshâlding ‒ ier of let komt by in soad âlden de fraach op: hokker antykonsepsje past no it bêste by ús? De pil, in spiraaltsje, kondooms, wat natuerliks of de knip deryn? Der binne tsjintwurdich in protte mooglikheden. En krekt sa’t ús libbens feroarje, feroaret ek ús foarkar. Wat dogge jimme as jimme húshâlding kompleet is? Wy fregen it jimme op ús socials.