Zoek op inhoud

Sophie (8) ziet sinds haar tweede jaar helemaal niets meer. Toch doet ze aan alles mee: van atletiek tot pianoles, van toneelspelen tot zwemles. Vader Ronald: ‘Mensen met een beperking verdienen een gelijkwaardige plek in de samenleving: wen er maar aan!’

‘Mijn netvlies heeft losgelaten toen ik twee was’, legt Sophie uit. ‘Ze weten niet hoe dat is gekomen, het gebeurde.’ Haar moeder Elisabeth (41) vult haar aan. ‘We zagen dat de pupil van haar rechteroog wit werd. Eerst dachten de artsen aan staar, maar tijdens de staaroperatie ontdekten ze dat er littekenweefsel in haar oogbol zat. Toen ze zagen dat aan het linkeroog hetzelfde proces aan de gang was, hebben ze geprobeerd dat oog te redden. Dat is niet gelukt.’ Ze is even stil. ‘Het voelt alsof je iets bent kwijtgeraakt, een amputatiegevoel, een verlies…’ Ronald (46) valt haar bij. ‘We zagen bij Sophie letterlijk het licht uitgaan. Dat was heel moeilijk…’

 

Ik weet nog het laatste dat je gezien hebt, de volle maan

 

Elisabeth tegen Sophie: ‘Ik weet nog het laatste dat je gezien hebt, de volle maan. Ik nam je op de arm mee naar buiten om ernaar te kijken.’ Ronald: ‘En het laatste boekje dat je hebt gezien is dat met die koning en die twee groene tantes.’ Sophie luistert aandachtig, vult haar ouders aan en stelt vragen. Ze is zeer welbespraakt, begrijpt haarfijn wat er met haar aan de hand is. Kortgeleden nog heeft ze de hele klas verteld over haar oogaandoening. ‘Ik was verdrietig, omdat kinderen niet altijd met mij wilden spelen. Ze willen in de pauze rennen over het plein en dat kan ik niet zoals andere kinderen. Toen heb ik tegen de meester gezegd dat ik een spreekbeurt wil houden over hoe ik blind ben geworden. Het heeft geholpen, want sindsdien spelen ze veel liever met mij. Toen een van de kleuters mij in diezelfde week liet schrikken, heb ik ook in groep 1 tot en met 3 uitgelegd wat er met mij aan de hand is.’

Sophie zit op een reguliere school in de buurt, waar een onderwijsassistent of soms een leerling uit groep 8 haar waar nodig begeleidt. Ook heeft ze een braillecoach. Ze heeft een laptop, waarop ze kan lezen en schrijven door middel van braille. Ook zijn er braille leesboeken aanwezig.

 

Wen er maar aan, dat geldt voor de samenleving én voor Sophie. Tot nog toe is niks onmogelijk gebleken

 

Sophie is niet alleen blind, door een chromosoomafwijking heeft ze aan beide handen slechts één vinger en mist ze de voorste helft van beide voeten. Ronald: ‘Het is heel wisselend hoe mensen reageren als we zeggen dat we onze dochter willen laten meedoen. Dat merkten we bijvoorbeeld toen we een school of zwemlesmogelijkheid zochten. Er zijn mensen die reageren op een manier van “moeilijk, moeilijk, moeilijk”, dan haken wij meteen af.’ Sophie: ‘Juf Catrien van toneel is niet zo, en Frans Douwe van pianoles ook niet!’ Ronald: ‘Precies! Wij sturen Sophie vol vertrouwen de wereld in. Wen er maar aan, dat geldt voor de samenleving én voor Sophie. Tot nog toe is niks onmogelijk gebleken. Wij denken in mogelijkheden en niet in beperkingen. Uiteindelijk moet iederéén leren leven met zijn of haar mogelijkheden én beperkingen.’

 

Tekst: Tialda Hoogeveen 
Fotograaf: Hippe Kiek fotografie
Ut: heit & mem nr. 2 2020