Zoek op inhoud

Praat jij over jouw poepsels op verjaardagsfeestjes of bespreek je de vorm en kleur met je kinderen? Hoogstwaarschijnlijk niet, er rust een taboe op poepen en ook kinderen voelen dat dit een no-go onderwerp is. Maar is het dan nodig om over poep te praten? Ja! − volgens kinderoefentherapeute Katinka Zomerschoe.

Het zindelijk maken van kinderen is één, en allemaal hebben ze weleens een ongelukje en een vieze broek, maar wanneer er problemen ontstaan met poepen dan is er meer aan de hand: kinderen die in luiers blijven poepen, liefst op een verstopplekje, kinderen die er een machtsstrijd van maken, of die niet durven poepen. Het resultaat is vaak dat kinderen een hekel krijgen aan poepen.

 

Als niets helpt en er geen duidelijke oorzaak te vinden is, dan is het verstandig hulp te zoeken

 

‘De meeste ouders hebben al van alles geprobeerd. Ze hebben gegoogeld, advies gevraagd bij vriendinnen, het kind gesmeekt en gestraft. Als niets helpt en er geen duidelijke oorzaak te vinden is, dan is het verstandig hulp te zoeken’, zegt kinderoefentherapeute Katinka Zomerschoe. Zij werkt samen met vier professionals van het Kind- en Jeugdcentrum Leeuwarden, die zorg verlenen op het gebied van gezondheid bij kinderen en jongeren. ‘Als er problemen zijn op het gebied van gedrag, ontwikkeling of er zijn vage klachten waarvoor geen medische oorzaak is, zoals vaak ook de poepproblematiek, kunnen ouders hier terecht. Ik ga met hen in gesprek over het kind en het gezin; over het gedrag, de ontwikkeling van het kind, maar ook over het bewustzijn van ouders: weten zij wanneer hun kind naar de wc gaat en is er tijd en rust in de dag om te poepen?’ Katinka pakt de ‘poepkaart’ erbij, met daarop alle varianten tussen geitenkeuteltjes, smeuïge drollen of flutterpoep die ze gebruikt om inzicht te krijgen in de beleving van de ouders over ‘normale poep’, én om het gesprek te openen naar de eetgewoonten van het kind. ‘Veel drinken en veel vezels is heel gezond. Maar weet jij dat de suiker in limonade of chocomel de poep soms juist hard maakt? En wat is jouw idee over “genoeg” groente en fruit? Smoothies en appelmoes lijken een snelle oplossing, maar daar zijn de meeste vezels uit verdwenen’, legt de therapeut uit. Een consult bij de kinderdiëtiste kan soms uitkomst bieden.

In de praktijk hangt een kinderschort aan de wand met vrolijk gekleurde nagemaakte ‘organen’ van stof, waarmee Katinka het gesprek over eten en poepen op gang brengt en visualiseert wat er in het kinderlijf gebeurt. Op de tafel liggen spelletjes en speeltjes over scheten. ‘Als het kind voor het eerst meekomt, gaan we ook praten over poep en pies. Soms maken we samen een ontbijtkoekdrol. Kinderen vinden dat hilarisch!’

Katinka: ‘Kinderen hebben het druk en hebben veel prikkels te verwerken. Ze moeten naar school, hebben speelafspraakjes, kijken televisie en de tablet slingert altijd wel ergens. Als ze volop in hun spel zitten, kunnen ze heel goed het poepsignaal dat het lijf afgeeft, onderdrukken. Houd je poep lang op, dan wordt het hard en is het pijnlijk om het eruit te duwen. Kinderen willen de pijnlijke ervaring niet, houden poep weer langer op en raken zo verzeild in een vicieuze cirkel. Poepen ís immers ook niet leuk! Het lucht op, maar: ’t stinkt! En je moet er tijd voor maken! Alle reden om het uit te stellen. Toch?’

 

Neem een stoeltje mee en maak het gezellig samen

 

‘Kinderen zijn zich soms ook niet bewust van de prikkel tot poepen. Om het lichamelijk besef te bevorderen, doen we samen met de ouder en het kind een aantal oefeningen, bijvoorbeeld op het gebied van ademhaling, of we oefenen met sponzen op het lichaam om de tastzin te stimuleren.
Ook adviseer ik ouders om samen met het kind naar het toilet te gaan. Als het kind niet durft te poepen – de wc is hoog, het gat is groot, en dan is er het kolkende water dat álles wegspoelt − kan het de steun van ouders goed gebruiken. Neem een stoeltje mee en maak het gezellig samen,’ adviseert Katinka, ‘dan kunnen ouders en kind samen ook eens naar de toiletruimte kijken. Hangt er ook een leuke poster of een kindertekening aan de muur? Heeft de ruimte vrolijke kleuren om eens lekker een poosje te zitten?’ En dan kun je als ouder ook even op de zithouding letten: liefst de beentjes iets hoger zodat het kinderlijf een beetje kromt en de poep er makkelijker uitglijdt. Niets geeft zoveel voldoening als het geluid van het eerste drolletje dat in de wc belandt. Plons!

 

Tekst: Ciska Noordmans 
Ut: heit & mem nr. 1 2020