Zoek op inhoud

Eindelijk is het dan zover. Die vakantie waar ik zo naar verlangde. Ik had het nodig. ‘Ik ben er ook echt aan toe’, ik hoor het me nog zeggen. Drie weken bijkomen. Even lekker niks aan je hoofd. Denkend aan de gevolgde en met succes afgeronde workshop ‘Hoe laat ik mijn werk los’ heb ik mijn betrokken en waardevolle collega’s gedag gezegd. ‘Geniet er lekker van, je werk is in goede handen’. Thuis zijn de koffers gepakt. Zes grote tassen staan al in de hal. ‘Nemen we de kinderwagen mee, of toch gewoon de buggy? Dat scheelt wel ruimte. Dan kan de Airfryer misschien nog mee. Dat blauwe fietsje kan wel achter mijn stoel staan. Misschien wil hij op vakantie wel fietsen.’

Ik wil geen spelbreker zijn en besluit mijn vrouw te volgen. Zij heeft immers alles klaargezet. Ze heeft alle voorbereidingen gedaan. Zij heeft niets aan een tegenstribbelende man, al heb ik mijn bedenkingen bij het meenemen van de Airfryer. Ik geef aan dat we de buggy meenemen en de draagzak. Ik weet dat zij het fijn vindt dat ik haar steun in het ‘dragen’. Na 10 uren rijden inclusief zes borstvoeding-, poep- en pisstops zijn we op onze bestemming aangekomen. Onze kinderen kirren, klappen en wijzen. ‘Zwemmen!’, schreeuwt de oudste wanneer hij de blauwe glijbaan al boven de receptie uit ziet torenen.

Ik had het me anders voorgesteld. Meer rust, meer tijd om een boek te lezen.

De resterende dagen merk ik dat ik moet wennen. Wennen aan mijn eigen vrouw, wennen aan mijn eigen kinderen. Zo vaak en zoveel uren achter elkaar maak ik ze doorgaans niet mee. Ik vind het leuk en lastig tegelijkertijd. Met name de oudste zoemt als een horzel om me heen en alles is ‘heit’. Zijn enthousiasme maakt veel goed. We doen alles samen. Toch mis ik iets. Ik had het me anders voorgesteld. Meer rust, meer tijd om een boek te lezen. Meer verwentijd voor mijn ziel. Geen gezamenlijke wijntjes, want ze geeft nog borstvoeding. Geen ondergaande zon in het nabijgelegen meertje, want we moeten bij onze chalet blijven en bovendien komt de jongste over een paar uur weer, dus gaat ze vroeg op bed. We kunnen het er gelukkig over hebben en moeten er om lachen.

Verder lijkt de tijd op vakantie stil te staan en we volgen ons eigen tempo. Tegelijkertijd vliegt de tijd en ben ik dankbaar voor deze waardevolle tijd met mijn gezin. Eenmaal thuis draait de gestructureerde gezinsmachine door, net als de propvolle wasmachine. Nog een weekend en dan wacht het werk weer op me. Mijn vrouw en ik nemen de hoogte- en dieptepunten van de vakantie door. Het meebrengen van de Airfyer was een succes. Net als het kasteel en dat park met die Dino’s.

Mijn vrouw legt haar door de eikenprocessierups geteisterde enkels op ons bijzettafeltje, iets wat ze normaal nooit doet en zucht. Ik vraag haar wat er is. ‘Ik ben aan vakantie toe’, zucht ze en nu zie ik pas hoe vermoeid ze er uit ziet. ‘Ik ook lieverd, ik ook.’

Ronald