Zoek op inhoud

Tegenover me zit Max. Hij is zes jaar oud en volgens moeder is hij altijd moe. Het liefst zit Max op de bank voor de televisie. Hij valt dan soms in slaap, ook als het mooi weer is en iedereen buiten speelt. Hij heeft gewoon geen energie. Regelmatig moet moeder hem thuishouden van school, zodat hij ’s middags naar bed kan. Trouwens, op school is hij ook al een paar keer in slaap gevallen. Max legt zijn hoofd op tafel.

‘Kijk, nu is hij ook al moe.’
Veel volwassenen zijn moe, maar kinderen zijn dat zelden. Als die moe zijn is er vaak een onderliggend probleem. Max kijkt me lodderig aan en veegt met zijn hand langs zijn neus.
‘Doet hij dat vaker?’, vraag ik.
‘Wat bedoelt u?’ Moeder kijkt me vragend aan. Ik doe Max na door met mijn handrug langs mijn neus te vegen.
‘Ja, dat doet hij wel vaker. Hoezo?’

Ik herken het beeld van kinderen met een allergie die zich vooral in de neus afspeelt. Doordat er telkens waterig snot komt, vegen kinderen voortdurend een druppel weg met de handrug. Het is een typisch gebaar van een allergisch kind en heet bij kinderartsen ‘de allergische groet’. Niet alleen is er veel snot, maar de neus is ook vaak verstopt, omdat het slijmvlies door de allergie zwelt. Daardoor kan de lucht er niet door en dat maakt kinderen ’s nachts benauwd. Ze slapen onrustig en rusten niet goed uit. Ik onderzoek Max en bekijk de neus. Vlak boven de neuspunt zit een plooitje in de huid. Dat komt door het regelmatig neusvegen en is een teken van allergie. Ook zie ik dat het slijmvlies in Max’ neus bleek en gezwollen is.

Volgens mij is Max allergisch en het lijkt me zinvol te achterhalen waarvoor. We kunnen dan maatregelen nemen. Als hij allergisch is voor de huisstofmijt kunnen we zorgen dat hij daar minder mee in aanraking komt, door een gladde vloer en katoenen gordijnen te adviseren. Ook kunnen speciale hoezen om het matras zinvol zijn. Voorlopig kunnen we Max goed helpen met een neusspray. Door de spray slinkt het slijmvlies en kan de lucht er weer door. Ik doe Max voor hoe hij de spray kan gebruiken en hij laat zien dat hij het snapt.

Na een paar weken komt Max weer.
‘Ik heb een ander kind’, zegt moeder. ‘Hij heeft energie voor tien. Dat heeft wel één nadeel.’
Ik kijk verbaasd: ‘Een nadeel? Hoezo?’
Moeder lacht: ‘Ik zie hem haast niet meer, want hij speelt nu altijd buiten.’

Tjalling de Vries (algemeen kinderarts in het MCL)

Een gele baby (Geelzucht)

De kleine Christian ligt bij moeder als ik de kamer binnenkom. Ik stel me voor en feliciteer haar met zijn geboorte. Gisteravond beviel ze van Christian. Het is een mooi mannetje met alles erop en eraan. De reden dat ik moet komen is dat de verpleging hem nu al geel vindt. Ik bekijk Christian en inderdaad, ook ik vind dat hij geel is.

Hoe wordt je kind zielsgelukkig?

Wiebe

Wiebe zit stilletjes, zijn linkerarm hangt slap naast hem. Hij heeft tranen in de ogen en op zijn wangen zitten ingedroogde waterpokblaasjes. In de afgelopen dagen kreeg hij steeds meer pijn in zijn arm. Er is gedacht dat hij iets gebroken had. De röntgenfoto’s lieten geen afwijkingen zien. Wiebe speelt zelfs niet met Lego. Dat is niets voor hem; hij speelt áltijd met Lego. Hij kijkt me angstig aan. Hij heeft koorts en op zijn armen zie ik nog meer ingedroogde blaasjes. ‘De koorts zal wel komen door de waterpokken’, zegt moeder.

Vogeltje

Als ik de onderzoekkamer binnenloop, stel ik me voor aan het meisje en haar moeder. ‘Ik heet Sjoeke’, zegt het meisje. ‘O, wat leuk,’ zeg ik, ‘zo heet mijn moeder ook.’

‘Wat is er aan de hand?’