De Friese vlag is één van de bekendste symbolen van Friesland. Je ziet hem wapperen op boerderijen, bij sportwedstrijden, op boten en tijdens feestdagen. Voor veel Friezen staat de vlag voor trots, verbondenheid en de eigen taal en cultuur. Maar wist je dat er achter de vlag ook een bijzonder verhaal zit?
De Friese vlag bestaat uit vier blauwe en drie witte schuine banen. Op de witte banen staan zeven rode vormen die vaak “pompeblêden” worden genoemd. Veel mensen denken dat dit hartjes zijn, maar dat klopt niet. Het zijn gestileerde bladeren van de gele plomp, een waterplant die vroeger veel voorkwam in de Friese meren en sloten.
De zeven pompeblêden hebben ook een betekenis. Ze staan symbool voor de zeven Friese zeelanden. Dat waren gebieden rond de Noordzee waar vroeger Friezen woonden, zoals delen van het huidige Friesland, Groningen, Noord-Holland, Duitsland en Denemarken. De Friezen uit deze gebieden voelden zich met elkaar verbonden door hun taal en cultuur.
Het ontwerp van de vlag zoals we die nu kennen werd in 1957 officieel vastgesteld door de provincie Friesland. De vlag zelf is echter veel ouder. Het motief met de pompeblêden komt al voor in middeleeuwse wapens en zegels van Friese gebieden. Daardoor wordt de vlag vaak gezien als een eeuwenoud symbool van Friese vrijheid en identiteit.
Wat ook bijzonder is: de Friese vlag wordt vaak gebruikt, niet alleen door de provincie, maar vooral door de mensen zelf. Je ziet hem op T-shirts, mokken, stickers en natuurlijk als echte vlag aan de vlaggenstok. Tijdens evenementen zoals kaatswedstrijden, skûtsjesilen en andere Friese feesten kleurt het hele landschap soms rood, wit en blauw.
Voor veel mensen is de Friese vlag dus meer dan een stuk stof. Het is een teken van waar je vandaan komt en waar je bij hoort.
Het taalkado
Bern yn Fryslân skriuwe harren libbensferhaal yn in meartalige provinsje. Dat begjint by de berte. En mei in kado fol taal. In taalkado, foar no en letter!